Goede en menselijke zorgverlening draag ik hoog in het vaandel. Maar met de toenemende prestatiedruk op de werkvloer is het voor veel mensen niet gemakkelijk om zorg te dragen voor iemand. Bovendien loopt de kostprijs vaak onwaarschijnlijk hoog op en zijn er enorme wachtlijsten. In de sector is de werkdruk soms zo hoog dat de kwaliteitsverzorging er fors onder lijdt. Ten slotte wordt weinig aandacht besteed aan de eigen inbreng van de zorgbehoevende. Een maatschappij waarin zorgverlening moeilijk is en zorgbehoevenden aan de kant worden geschoven, is onaanvaardbaar. Het is de hoeksteen van onze menselijkheid om ook te zorgen voor onze medemens in nood. Niet zomaar steriele en paternaliserende zorg in een productiviteitsgerichte instelling, maar betrokken en menselijke zorg, zo veel mogelijk op maat van de zorgbehoevende.
Hoe zou ik dit willen aanpakken?
- Er is nood aan een forse uitbreiding van flexibele zorgvormen, zowel residentieel als ambulant. Dit kan door vraaggestuurd te werken, door mensen een persoonlijk budget te geven dat ze naar eigen goeddunken kunnen besteden.
- Kleine ‘zorggroepen’ in instellingen moeten maximaal gestimuleerd worden, om de verpleegkundige en de zorgbehoevende zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen. Ook moeten we de mantelzorg door geëngageerde individuen stimuleren. Ik wil een gelijke tegemoetkoming voor thuiszorg en mantelzorg of zorg in een rusthuis. Bovendien moet deze meer aansluiten bij de reële kosten. Daarom wordt de tegemoetkoming significant verhoogd tot 250 euro per maand. Voor mensen die zwaar zorgbehoevend zijn, moet een maximumfactuur ingevoerd worden.
- De zorgverzekering wordt verder uitgebouwd als een publieke voorziening. De bijdragen hiervoor worden gekoppeld aan de financiële draagkracht van de zorgbehoevende en de rest is de taak van de overheid en de instellingen. De overheid moet zijn middelen uiteraard zo efficiënt mogelijk inzetten, maar besparen op onze zwakste medemensen is barbaars!
- Wie de thuiszorg waarneemt voor zorgbehoevende personen, heeft recht op een maandelijkse mantelzorgtoelage, ongeacht het inkomen van de zorgenverstrekkers, en ongeacht het feit of er een familiaal verband is tussen de zorgbehoevende en de zorgverstrekker.
