Men kan gerust stellen dat de milieucrisis, hoe complex ook, een invloed uitoefent op ieder van ons. Sterker nog: deze crisis illustreert dat het duurzaam beheer van het ecosysteem meer dan ooit noodzakelijk is om de basis te leggen voor een maatschappij waarin voor alle mensen gezondheid en gelijke kansen gegarandeerd kan worden. Niet bij de pakken blijven zitten dus! Stel jezelf de volgende vraag: wie wil er in een wereld leven waarin je kinderen niet kunnen ravotten in de vrije natuur, waarin gezondheid onder druk staat en waarin zelfs de meest elementaire voorzieningen een luxeproduct worden?
Daarom heb ik volgende strijdpunten:
• Iedereen moet de kans krijgen om zich een correct beeld te vormen van de verwevenheid van het milieu en de maatschappij. Daarom pleit ik voor meer en objectieve informatie vanaf het lager onderwijs en doorheen de hele schoolcarrière. Bovendien moet meer geïnvesteerd worden in onderzoek voor het vergaren van deze informatie en voor het ontwikkelen van duurzame methoden.
• De vrije markteconomie moet gekaderd worden binnen de grenzen van wat sociaal én ecologisch haalbaar is. Economische groei is immers fictief als deze de draagkracht van het leefmilieu overschrijdt. In het berekenen van economische groei moet met andere woorden rekening gehouden worden met de kosten van het vernietigen van de ecosysteemdiensten.
• In de geest van ‘Het Recht op Leven in Vrijheid en Veiligheid’ en het ‘Recht op voedsel’ moet men het voortouw nemen om het 31ste recht in te voeren in de Verklaring van de Universele Rechten van de Mens: ‘Ieder mens, alsook zijn nageslacht, heeft recht op een gezond en duurzaam leefmilieu’. Om dit afdwingbaar te maken, moeten overheden dit in een bindende wettekst gieten.
Kan dit zonder prijsstijgingen?
Hoewel er al enkele ‘groene’ maatregelen getroffen werden, missen ze veelal hun doel door onvoldoende koppeling aan alternatieven. De stijgende kosten van de producent worden namelijk meestal doorgerekend aan de consument. Dit systeem fnuikt de keuze van de consument voor milieuvriendelijke producten, wat op zijn beurt de producent niet stimuleert om milieuvriendelijk te produceren. Daarom pleit ik voor de koppeling van belastingen op milieuvervuilende producten met het oprichten van een gecentraliseerd fonds ter ondersteuning van milieuvriendelijke alternatieven. De ‘ecobelastingen’ worden met andere woorden gestort in een algemeen ‘eco-begrotingsfonds’ dat uitsluitend mag gebruikt worden ter ondersteuning van duurzame, ecologisch verantwoorde producten. Dit zou een ‘prijsinversie’ tot stand moeten brengen: duurzame producten worden gebracht op het prijsniveau van klassieke producten en omgekeerd, waardoor het algemene kostenplaatje hetzelfde blijft. Bovendien zou de producent eventueel ook een aanspraak kunnen maken voor de omvorming naar duurzame ecologische productie. In dit voorstel wordt het gebruik van de ecosysteemdiensten economisch in rekening gebracht zonder algemene prijsstijgingen.
Vanzelfsprekend wordt dit niet bereikt op één-twee-drie. Maar nu niets ondernemen is volgens mij crimineel.
Een gezond leefmilieu is noodzakelijk voor ons allemaal!
