Voor natuur- en milieubehoud worden vaak eenzijdige maatregelen getroffen. Deze maatregelen zijn enerzijds ontoereikend voor een gezond en biodivers leefmilieu, terwijl ze anderzijds vaak op verzet stuiten van de geviseerde sectoren (zoals industrie en landbouw, omdat ze een zoveelste kost moeten ophoesten. Bovendien wordt deze extra kost meestal doorgerekend aan de consument. Zo wordt de gewone man de dupe van dergelijke maatregelen, wat natuurlijk niet bijdraagt tot een algemene sensibilisering. In tijden van financiële, economische en sociale crisis zit niemand te wachten op een golf van milieuregels, vangst- en bemestingsquota en eco-taksen. Toch staan we op de vooravond van een crisis die minstens even hard moet aangepakt worden: de milieucrisis.
In het milieudebat wordt al te vaak over het hoofd gezien dat deze crisis niet alleen gaat over het massaal verlies van biodiversiteit. Uiteraard is biodiversiteit op zich een zeer belangrijke economische grondstof. Maar het gaat verder: het ecosysteem biedt namelijk ontelbare diensten aan waarop onze ganse maatschappij is geschoeid. Deze diensten gaan van water- en voedselvoorziening over grondstoffen tot welzijn en gezondheid.
De milieucrisis bestaat uit vele facetten (zoals ontbossing, overbevissing, vervuiling en klimaatswijzigingen) met allemaal hetzelfde gevolg: de erosie van deze ‘ecosysteemdiensten’. Het staat vast dat een verarmd ecosysteem deze diensten veel slechter tot niet meer kan vervullen. Door ontbossing verliezen ecosystemen bijvoorbeeld hun waterhoudende capaciteit waardoor drinkwatervoorziening in het gedrang komt. Ontbossing en ondoordachte intensieve landbouw leidt ook tot erosie van de bodem waardoor de grond ongeschikt wordt voor landbouw. Overbevissing en vervuiling heeft het instorten van de voedselzekerheid van miljoenen mensen als gevolg. Snelle klimaatswijzigingen (die voor een belangrijk deel wordt veroorzaakt door ontbossing), vervuiling en ondoordachte irrigatie zetten deze, meest elementaire, levensvoorzieningen nog verder onder druk.
De milieucrisis is met andere woorden op wereldschaal één van de belangrijkste oorzaken van de armoedeproblematiek. Wie geen toegang heeft tot drinkbaar water of een verzekerde voedselproductie zal – ondanks alle inspanningen – steeds een ongelijke strijd voeren.
Men kan de gevolgen van de milieucrisis ook dichter bij huis voelen. Overbemesting heeft geleid tot vervuiling van het drinkwater. Noodzakelijkerwijs werden strenge bemestingsnormen ingevoerd die de concurrentiepositie van onze landbouw heeft verzwakt. Hetzelfde verhaal gaat op voor onze visserij. Overbevissing leidde tot de noodzakelijke quota. Gecombineerd met dure brandstofprijzen resulteerde dit in minder inkomsten en meer uitgaven, dus minder middelen om aangepaste, duurzame en concurrentiële vangstmethoden in te voeren. Ook welzijn, gezondheid en koopkracht komen in het gedrang. Denk maar aan fijn stof, minder open ruimte ter ontspanning, gifstoffen in de voedselketen (bijvoorbeeld PCB’s in vis, pesticiden in groenten…) en alsmaar duurder voedsel…
