Landbouw en milieu: vriend of vijand?


Landbouw en milieu: vriend of vijand?

De landbouw- en de milieusector horen eigenlijk natuurlijke bondgenoten te zijn. Beide zijn voorstander van voldoende open ruimte én de traditionele landbouwer vervulde de rol van de huidige natuurbeheerders. Ik wil een duidelijke afbakening voor landbouw en natuur in het Vlaamse structuurplan en een hervoming van het subsidiestelsel om zowel de biodiversiteit als de economische rendabiliteit van de landbouwer te maximaliseren.

Concreet:

- Ik pleit ervoor om eindelijk het werk van grondige en duidelijke ruimtelijke ordening af te maken. Naar analogie met het Nationaal Park Hoge Kempen moeten er grote landschapszones worden afgebakend waarin de ontwikkeling van een biodiverse ruimte prioritair is. Hierbij spelen natuurreservaten sensu stricto een belangrijke rol, maar de landbouwer moet opnieuw zijn rol als traditionele natuurbeheerder kunnen vervullen. Door het uitsluiten van bemesting en pesticidengebruik zal de productie verminderen, maar dit moet opgevangen worden door een herverdeling van de landbouwsubsidies en het invoeren van afkomstlabels, zodat de bewuste consument dit beleid in zijn aankopen kan ondersteunen.

- Er moet gelijktijdig werk gemaakt worden van duidelijke ruimtelijke afbakeningen van open ruimtes waar intensieve landbouw maximaal wordt geconcentreerd. We mogen de intensieve landbouw namelijk niet zomaar laten vallen. Deze industrie verschaft de overgrote meerderheid van het voedsel voor een steeds groeiende bevolking. Er moet evenwel steeds gekozen worden voor methodes met de laagste impact op het milieu. Daarbij denk ik aan stikstofemmissie-arme stallen, warmtekrachtkoppelingen voor tuinbouw en georganiseerde mestexport. De overheid moet ervoor zorgen dat deze alternatieven geen aderlating zijn voor de landbouwer. Zo worden deze investeringen zowel economisch duurzamer voor de landbouwer als beter voor het milieu. Door de subsidieregelingen aan te passen ontvangen alleen de bedrijven die deze investeringen willen (en kunnen) maken, een hogere subsidietoelage. Ook moeten omvormingspremies uitgekeerd worden vóór het betalen van de factuur. Dit moet een maximaal ondersteunend en stimulerend effect creëren voor de landbouwer.

- De afbakening moet zowel gebaseerd worden op intensief overleg tussen de betrokken partijen als op basis van de huidige potenties voor de maximale ontwikkeling van biodiverse landschappen en productieve landbouwzones.

- Het kan niet langer dat slechts 20% van de boeren 80% van de subsidies ontvangt. Hoeveel subsidies een landbouwer ontvangt, zou gekoppeld moeten worden aan de impact op het leefmilieu en de afgebakende zone waar de productie plaatsvindt. Landbouwers die kiezen voor biologische en ecologische landbouw, moeten meer ondersteund worden, en dit zowel voor de eenmalige omvorming van het bedrijf, als in de latere subsidietoekenning.

- Overtredingen op het vlak van bemesting en vervuiling moeten beter gecontroleerd en harder aangepakt worden. Hier staat vanzelfsprekend tegenover dat de wetgeving duidelijker en eenvoudiger moet worden. Bovendien zou systematische navolging van de normen beloond moeten worden door verlenging van de duur tussen controles en aangiften, zodat landbouwers niet verdrinken in papierwerk. Een analoog systeem zoals het bonus-malus punten systeem in de autoverzekeringssector kan hiervoor ingevoerd worden.

  • Share/Bookmark